De stethoscoop werd uitgevonden omdat een jonge arts zijn oor niet op de borst van een jonge vrouw wilde leggen

In 1816 moest de jonge Franse arts Renť LaŽnnec een jonge vrouw onderzoeken en de manier waarop in die tijd door artsen naar hart en longen werd geluisterd, was door het oor op de borst van de patiŽnte te leggen. Eerder had hij in de tuin van het Louvre een paar jongens zien spelen, waarvan de ťťn op ťťn kant van een stuk boomstam klopt en de ander met zijn oor tegen het zaagvlak luistert. LaŽnnec begreep meteen dat hij verlost kon worden van het genante onderzoekstafereel, draaide een rol papier tot een `toeter' en luisterde daarmee op de borst van de jonge vrouw. Het resultaat was verbluffend. Want hij hoorde de hart- en longgeruisen beter met zijn `toeter' dan met zijn oor. Hij noemde zijn uitvinding de stethoscoop. Hoewel de stethoscoop er tegenwoordig heel anders uitziet dan in de tijd van LaŽnnec, is zijn uitvinding revolutionair geweest en dragen artsen met trots de nieuwe vinding in een zijzak van hun witte jas of dragen het zelfs om hun hals.