`When I'm sixty-four'

Bij ons, als ouderen, staat het vast nog in het geheugen gegrift. De Beatles. Wat gingen we uit ons dak. De grammofoonplaatjes vlogen over de toonbank. En de feestjes die we in de jaren zestig hadden. Een leuke vriendenclub. Je eerste vriendje of vriendinnetje. Het was een gouden tijd, die voor altijd in je brein is gebeiteld.

Nu zijn we zelf 64 jaar of ouder. De Beatles dachten dat de weg er naartoe nog een eeuwigheid zou duren. `Many years from now.' Maar de tijd vliegt en nu zijn we zelfs even oud of ouder dan onze vader of moeder die we in die tijd oud vonden. En wat vinden we nu, nu we het zelf zijn? Wel, je ervaart de beperkingen van de oude dag. Je wordt strammer, je geheugen is niet meer wat het geweest is en je krijgt klachten. Ben je wel  je `oude lijf' of kijk je er naar? Ben je in je geest niet anders dan toen je 40 of 20 was? Ben je in je geest niet eerder `leeftijdsloos' en zie je je lichaam verouderen? Als een toeschouwer?

De ouderdom voelt een beetje als een spagaat. je kijkt met weemoed naar het verleden en met een ongerustheid naar de toekomst. Blijven we nog wel gezond? Maar ook: wat is die toekomst? Aan de andere kant voelen we ook de vrijheid. Mensen die nu gelukkiger zijn dan ooit omdat ze het juk van het `moeten' kwijt zijn. Mensen die hun baan als een molensteen om hun nek voelden hangen. Ik sprak een keer n van zo'n gelukkige. Zijn pensioen was een verlossing en een feest. Anderen grijpen de vrijheid aan die de ouderdom hen biedt om eindelijk dat te kunnen doen waar ze zoveel jaar naar hebben uitgekeken. Een wijngaard beginnen of een ander bedrijf opzetten. Het leven begint opnieuw en de toekomst ziet er rooskleurig uit.

Als je geen gebreken hebt, is er eigenlijk niets aan de hand. Dan spelen misschien de problemen van de oude dag helemaal niet. Dan maak je een vreugdedans rondom de opbrengst van je wijngaard met wat strammere benen? Nou en?

Het grote probleem is en blijft de motor die het leven, welzijn en genieten mogelijk maakt. Je gezondheid. Je hart die doorpompt, je longen die als een blaasbalg blijven functioneren. Als je helemaal gezond bent, dan maakt het niks uit of je nou 20, 50 of 90 jaar bent. Als je ziek wordt of ernstige handicaps krijgt, is het leven eerder een kwelling dan een lust.

Niet ouderdom is daarom de vijand, maar ziekte. De reden dat oud worden een slechte naam heeft, is natuurlijk omdat dan die kans op ziekte aanzienlijk toeneemt en dat sterven ook vooral bij deze levensfase hoort. We weten dan ook wt we moeten bestrijden om onze gezondheid zoveel mogelijk te behouden.

`De ouderdom komt met gebreken'. Van de kant van de medische wetenschap wordt geprobeerd die gebreken te lijf te gaan. Van onze kant kunnen we ook meer op onszelf letten en niet superongezonde dingen doen. En wie weet krijgen we nog een aardig rendement.