Wat kan er met de hartkleppen misgaan?

We kennen een viertal kleppen in ons hart. Als het bloed de linker boezem binnenkomt en naar de linker kamer stroomt, wordt de eerste klep, de zogenoemde mitraalklep, gepasseerd. De tweede klep, de aortaklep, zit tussen de linker kamer en de aorta, de grote lichaamsslagader. Wanneer het bloed het lichaam rond is geweest, komt het aan in de rechter boezem en stroomt het door de derde klep, de zogenoemde tricuspidaalklep om vervolgens vanuit de rechter kamer via de pulmonaalklep naar de longen te gaan. Vanuit de longen stroomt het bloed weer naar de linker boezem en is het cirkeltje rond.

Veroudering is vaak de boosdoener dat de kleppen minder goed gaan functioneren, al moeten we de leeftijd meteen een klopje op de schouder geven, want als je 70 jaar of ouder bent, zijn de kleppen al meer dan twee miljard keer open en dicht gegaan. Dan kan er na al die hartslagen wel eens wat mis gaan. En als dat zo is, wat gebeurt er dan met de kleppen? Het kan zijn dat ze door aderverkalking niet meer zo soepel zijn als vroeger en de kleppen niet meer goed sluiten, zoals we in het bovenste figuurtje kunnen zien. Het gevolg is duidelijk: bij iedere hartslag stroomt (lekt) bloed terug, waardoor de pompfunctie minder wordt. In het begin zijn er nog geen klachten, maar als het erger wordt, kan kortademigheid tijdens inspanning, moeheid, dikke voeten en soms pijn op de borst optreden. Hoewel we aan elke klep een probleem kunnen krijgen, zijn het toch vooral de mitraalklep en de aortaklep.

Hoe wordt kleplijden ontdekt? Bijvoorbeeld door de net genoemde klachten. Maar het kan ook zijn dat de arts bij het luisteren naar het hart een geruis (souffle) ontdekt. Dat kan natuurlijk ook op iets anders wijzen dan hartkleplijden. Om echt te willen weten of het om een hartklepprobleem gaat, is een ECHO nodig.