Senioren en diabetes: het vermijden van te lage bloedsuikers en de wens van de ouderen zelf hebben de prioriteit

Diabetes bij ouderen is een complex onderwerp. Enerzijds willen artsen graag de bloedsuikerwaarden scherp instellen zodat de complicaties van diabetes minder ernstig zijn, maar anderzijds is daardoor de kans op een zogenoemde hypoglykemie (veel te laag bloedsuiker, waarbij men niet meer aanspreekbaar is) groter is. En zo'n veel te lage bloedsuiker met kans op hersenschade moeten we vermijden. Daarom is de tendens ontstaan om bij ouderen en vooral 80-plussers de grenzen wat op te rekken en de diabetes niet meer zo scherp in te stellen. Het `traditionele' rapportcijfer voor diabetes is 7% (in een getal uitgedrukt 53). Dat is een gemiddelde van een aantal bloedsuikerbepalingen over een periode van enkele maanden. Bij ouderen mag het dus iets hoger zijn vergeleken met jongere leeftijdsgroepen. Recente studies geven al waarden aan van 7-8% en 7,5 tot 9%.













Wikipedia

Wat ook van belang is, is om te kijken wat de patiŽnt zelf wil. Zwart/wit geredeneerd: eet je je geliefde moorkop niet meer omdat je diabetes hebt of eet je je geliefde moorkop wťl omdat je bijna 90 bent en een slechte levensverwachting hebt. En misschien heb je nog helemaal geen slechte levensverwachting en wil toch af en toe wat zondigen. Dan zou ik het niet stiekem doen, maar het de arts vertellen. Dan kan hij er misschien met de medicatie rekening mee houden. Dus toch een win-winsituatie. De wens van de patiŽnt is daarom belangrijk. Het is het moeilijke dilemma tussen de behandeling van een ziekte en de kwaliteit van leven.