Waaraan merk je dat je hartfalen hebt?


Ons hart is even onvermoeibare werker maar na 60 jaar en 2 miljard hartslagen kan er wel eens iets mis gaan, zoals vervetting en minder goed functionerende kransvaten. Het hart heeft dan moeite om het bloed goed rond te pompen. Het is te vergelijken met een lopende band in een koekjesfabriek. De inpakker stopt de koekjes in mooie doosjes en is er een evenwicht tussen de aanvoer van koekjes en de snelheid waarmee de inpakker zijn werk doet. Als hij moe wordt, vecht hij ertegen en zet zijn beste beentje voor en is er nog steeds geen vuiltje aan de lucht. Als het nodig is, pompt het hart gewoon wat harder.

Totdat de inpakker te moe wordt en het niet meer kan bijbenen. Het gaat mis en vr de plek waar de inpakker staat, stapelen de koekjes zich op. Als het hart het bloed niet meer goed kan doorpompen, `stapelt' het bloed zich vr het hart op en gaat langzamer stromen. Het gevolg is dat er vocht uit de bloedvaten naar buiten, naar de weefsels, wordt geperst, waardoor het hart het wat makkelijker krijgt. Maar de weefsels krijgen vocht in hun maag gesplitst wat ze helemaal niet willen. Achterblijvend vocht in de longen zorgt voor benauwdheid en vocht in de benen zorgt voor de bekende `dikke voeten'.

Waar we last van hebben is hartfalen of hartzwakte. Moeheid is n van de belangrijkste verschijnselen. Maar daarnaast zijn er klachten van prikkelhoest, vooral 's nachts, onrust, verminderde eetlust, slapeloosheid en benauwdheid bij platliggen. Voor hartfalen wordt de classificatie van de New York Heart Association gebruikt. Bij klasse III en IV is een levenslange therapie nodig.

Klasse I    Nauwelijks klachten
Klasse II   Vermoeidheid en kortademigheid bij flinke inspanning
Klasse III  Klachten al bij matige inspanning
Klasse IV  klachten al bij lichte inspanning of zelfs in rust

Hoe vaak komt hartfalen bij senioren voor? Onder de leeftijd van 60 jaar wordt het nauwelijks gezien, maar met het ouder worden neemt de frequentie toe. Heeft nog maar `slechts' 1 op de 60 zestigers er last van, op 85-jarige leeftijd en ouder is het al 1 op de 5. Een tijdige behandeling kan de kwaliteit van leven aanzienlijk verbeteren.